Beste leden,
Met de langere dagen en het eerste voorzichtige groen aan de bomen voelen we het: de winter laat los. Er komt weer beweging, buiten én binnen. Na de stille maanden openen ramen en agenda’s zich langzaam, en ontstaat er ruimte voor ontmoeting.
In deze nieuwsbrief nemen we u mee in die overgang. Van verhalen die ons verbinden met het seizoen, tot momenten waarop we elkaar weer vinden – tijdens activiteiten, gesprekken of gewoon in het samen zijn. Dit zijn maanden van verwachting. Niet alles is al zichtbaar, maar veel is al in gang gezet. Net als in de natuur groeit ook binnen onze vereniging van alles, soms stil, soms uitbundig.
Juist in die beweging kijken we ook vooruit. De vereniging draait op betrokkenheid en nieuwe ideeën, en daarom zijn we op zoek naar leden die het leuk vinden om zich (in welke vorm dan ook) in te zetten voor het bestuur. Of u nu veel tijd heeft of af en toe wilt meedenken: elke bijdrage is welkom en waardevol. Samen zorgen we ervoor dat de NVG blijft groeien en bloeien.
Wij wensen u veel leesplezier en hopen dat deze editie uitnodigt om weer naar buiten te gaan, elkaar op te zoeken en samen het voorjaar te vieren.
Wat staat er op het programma:
- 4 mei dodenherdenking Komt u ook?
- 26 mei Lezing over het slavernijverleden door Noraly Beyer. Komt u ook?
Zet het alvast in uw agenda:
- 2 juni: Feest mee met drs. P. – Erik van Muiswinkel
- 21 juni: Zomerfeest voor jong en oud
80 jaar KLM tussen Amsterdam en Genève
toevallig aan boord van een stukje geschiedenis
Soms dient een bijzonder moment zich onverwacht aan. Je staat nietsvermoedend bij de gate, ziet wat extra bedrijvigheid en vraagt je af wat er speelt. Tot het langzaam doordringt: dit is geen gewone vlucht.
Dat overkwam mij onlangs op de KLM vlucht van Geneva naar Schiphol op 15 april jl. Bij gate A5 was er ineens “hoog bezoek”, medewerkers in gesprek, een feestelijke banner — en een lichte nieuwsgierigheid onder passagiers. Wat bleek? Juist die vlucht markeerde 80 jaar KLM-vluchten tussen Genève en Amsterdam.
Bij het instappen werd het jubileum op een charmante, bijna ingetogen manier gevierd. Geen groot spektakel, maar kleine gebaren die juist daardoor betekenis kregen. Iedere passagier ontving een houten tulp – stevig, glanzend groen – met om de steel een lint bedrukt met de woorden “KLM Royal Dutch Airlines – Geneva–Amsterdam 80 Years” – samen met een stukje chocolade.
Op mijn schoot: een paspoort, instapkaart en die onverwachte tulp. Voor me in de stoel het vertrouwde Holland Herald. Het alledaagse en het bijzondere vielen even samen.
De luchtverbinding tussen Genève en Amsterdam bestaat al sinds de jaren veertig. In die tachtig jaar is de wereld ingrijpend veranderd, maar deze route bleef bestaan — als stille getuige van Europese verbondenheid.
Wat begon als een bescheiden verbinding met propellervliegtuigen groeide uit tot een vaste luchtbrug. In de beginjaren vloog men met toestellen als de Douglas DC-3, vaak met tussenstops en onder omstandigheden die we ons vandaag nauwelijks nog kunnen voorstellen. Reizen was toen een avontuur, geen routine.
In de decennia daarna ontwikkelde de luchtvaart zich razendsnel. De introductie van straalvliegtuigen in de jaren zestig verkortte de reistijd drastisch. Luchthavens moderniseerden, passagiersaantallen groeiden en vliegen werd toegankelijker voor een breder publiek.
Vandaag de dag is de vlucht tussen Genève en Amsterdam een vanzelfsprekend onderdeel van het Europese netwerk, uitgevoerd met moderne, efficiënte toestellen — vaak meerdere keren per dag.
Deze lijn heeft meer betekend dan alleen transport. Ze verbond diplomatieke werelden — Genève als thuisbasis van talrijke internationale organisaties, en Nederland als open handels- en diplomatiek land. Ze bracht families samen, maakte werk mogelijk over grenzen heen en ondersteunde een levendige Nederlandse gemeenschap in en rond Genève.
Misschien is dat wel de grootste betekenis van deze 80 jaar: niet de techniek, niet de cijfers, maar de mensen die telkens weer instappen, vertrekken en aankomen.
Wat deze ervaring zo bijzonder maakte, was niet alleen het jubileum zelf, maar het besef dat je er – al is het maar even – deel van uitmaakt.
Je zit tussen mensen die deze route al tientallen jaren kennen, en anderen voor wie het de eerste keer is. En toch deel je dat moment. Reizen is zelden alleen verplaatsen van A naar B. Soms is het ook een herinnering aan continuïteit, aan verbinding, aan hoe dichtbij landen eigenlijk liggen.
En heel af en toe… krijg je dat besef cadeau, samen met een houten tulp. 🌷
Oude meuk met een verhaal
Over schatten, herinneringen en een tweede leven
Er stond een schemerlampje op een kleedje. Niets bijzonders op het eerste gezicht – een tikje scheef, een beetje vergeeld. Maar wie dichterbij kwam, hoorde het verhaal: het had ooit op het nachtkastje van een oma in Haarlem gestaan, jarenlang het laatste lichtje voor het slapengaan. Nu wachtte het, tussen boeken zonder kaft en speelgoed dat zijn eerste eigenaar was ontgroeid, op een nieuw huis.
De vrijmarkt tijdens de Koningsdagviering is op het eerste gezicht een vrolijke verzameling van wat je met een knipoog “oude meuk” zou kunnen noemen. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders. Geen spullen, maar verhalen. Geen rommel, maar herinneringen die voorzichtig worden doorgegeven.
Voor de kinderen is het een spel – onderhandelen, uitstallen, trots hun eerste munten verdienen. Maar ergens, tussen het bieden en lachen door, gebeurt er nog iets. Ze leren dat waarde niet vaststaat. Dat een knuffel, een boek of een spelletje voor de één afgedankt is, en voor de ander precies datgene waar hij of zij naar op zoek was.
Voor de volwassenen is het vaak een klein moment van herkenning. “Die had ik vroeger ook.” Of: “Daar speelden wij uren mee.” En even is de afstand tussen Genève en Nederland niet zo groot. Een stripboek, een gezelschapsspel, een vergeelde lp – ze brengen ons terug naar een andere tijd, een andere plek.
Misschien is dat wel de stille kracht van de vrijmarkt. In een wereld die steeds sneller nieuw, beter en moderner vraagt, is hier ruimte voor het oude. Voor spullen die niet perfect zijn, maar betekenis dragen. Voor het idee dat iets niet af is als het wordt doorgegeven, maar juist opnieuw begint.
Zo krijgt “oude meuk” iets zachts. Iets menselijks. Het wordt een brug tussen generaties, tussen verhalen, tussen mensen.
En wie weet – misschien staat dat schemerlampje volgend jaar weer op een kleedje. Met een nieuw verhaal erbij.
Kolonialisme, slavernij en
onze gedeelde geschiedenis
Wie aan kolonialisme en slavernij denkt, denkt vaak niet meteen aan Zwitserland. Toch laat de actuele tentoonstelling in het Château de Prangins zien dat ook dit land – en bij uitbreiding Europa als geheel – diep verweven was met dit verleden.
De tentoonstelling “Colonialisme. Une Suisse impliquée” brengt voor het eerst in Romandië een breed overzicht van deze geschiedenis. Aan de hand van objecten, archieven en kunstwerken geven Zwitserse individuen, bedrijven en instellingen een getuigenis dat zij vanaf de 16e eeuw betrokken waren bij wereldwijde koloniale netwerken.
Hoewel Zwitserland zelf geen kolonies bezat, blijkt uit recent onderzoek dat Zwitsers actief deelnamen aan koloniale systemen: als handelaren in producten die door tot slaaf gemaakte mensen werden geproduceerd, als investeerders in plantages en handelsnetwerken, en soms zelfs als direct betrokkenen bij de trans-Atlantische slavenhandel.
Daarnaast reisden missionarissen, militairen en avonturiers vanuit Zwitserland naar koloniale gebieden, waar zij deel uitmaakten van structuren van overheersing en exploitatie. Tegelijkertijd laat de tentoonstelling ook de stemmen zien van de gekoloniseerde en tot slaaf gemaakte mensen – vaak slechts fragmentarisch bewaard, maar des te krachtiger.
Wat deze expositie bijzonder maakt, is dat er niet alleen wordt teruggekeken, maar ook vooruit: er worden vragen gesteld over de doorwerking van dit verleden in het heden. Hoe leven koloniale denkbeelden voort in onze maatschappij? Welke rol spelen herinnering en erkenning vandaag?
Juist deze vragen sluiten naadloos aan bij de lezing van Noraly Beyer op 26 mei, georganiseerd door de NVG.
Noraly Beyer, journalist en voormalig nieuwslezer, heeft zich de afgelopen jaren verdiept in het Nederlandse slavernijverleden en de persoonlijke verhalen die daarmee verbonden zijn. In haar werk verbindt zij historische feiten met individuele ervaringen en hedendaagse reflectie.
Waar de tentoonstelling in Prangins het bredere Europese en Zwitserse perspectief toont, zal Noraly het verhaal dichterbij brengen: persoonlijk, invoelbaar en actueel.
De combinatie van deze tentoonstelling en de lezing benadrukt een belangrijke ontwikkeling: het besef dat kolonialisme en slavernij geen afgesloten hoofdstukken zijn, maar een gedeeld verleden dat nog altijd doorwerkt in onze samenleving.
Ook voor Nederlanders in het buitenland – bijvoorbeeld hier in Genève – is dit een uitnodiging om stil te staan bij vragen van geschiedenis, identiteit en verantwoordelijkheid. Wat betekent dit verleden voor ons vandaag? En hoe geven we het door aan volgende generaties?
Een bezoek aan het Château de Prangins kan een waardevolle aanvulling zijn op de lezing van 26 mei – of juist een eerste stap. Samen vormen ze een kans om te leren, te luisteren en met elkaar in gesprek te gaan. Niet als afsluiting van het verleden, maar als begin van een dieper begrip.
Voor meer informatie over de tentoonstelling in het Château de Prangins
Komt u ook naar de lezing van Noraly Beyer, hier kunt u inschrijven.
Koningsdag 2026:
zon, samenzijn en
een vleugje Hollandse gezelligheid
Afgelopen zaterdag kleurde Domaine la Capitaine weer een beetje oranje tijdens de jaarlijkse Koningsdagviering van de Nederlandse Vereniging Genève. Onder een stralende lentezon kwamen jong en oud samen voor een dag vol plezier, ontmoeting en vertrouwde Hollandse gezelligheid.
Voor de kinderen was er geen moment van verveling. Clown Dimiti wist hen moeiteloos te betoveren met zijn kunsten, terwijl op de vrijmarkt driftig werd onderhandeld en gehandeld. Oude schatten vonden nieuwe eigenaars en hier en daar werden al voorzichtig de eerste ondernemersvaardigheden aangescherpt. Tussen het spelen door konden de kinderen zich uitleven met oud-Hollandse spelletjes, die ook bij de ouders en grootouders herinneringen opriepen.
De volwassenen genoten ondertussen van het prachtige weer, elkaars gezelschap en natuurlijk van een hapje en een drankje. Het terrein ademde die typische ontspannen sfeer waarin gesprekken vanzelf ontstaan en oude bekenden weer even bijpraten.
Zoals ieder jaar ontbraken de culinaire hoogtepunten niet. De Hollandse Lädeli verwende ons met poffertjes en andere geliefde Nederlandse lekkernijen. En ook de ambachtelijke frites en bitterballen van Ben van der Meer vonden gretig aftrek – een vertrouwd en gewaardeerd onderdeel van onze viering.
Koningsdag in Genève blijft een bijzonder moment waarop we, ver van Nederland, toch even dat gevoel van thuis ervaren. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers en de enthousiaste aanwezigheid van onze leden kijken we terug op een warme, levendige en geslaagde dag.
Op naar volgend jaar!
Het maart - april seizoendier
De kleine boodschapper - de haas
Er is een moment, ergens tussen de laatste winterkou en het eerste echte lentegevoel, waarop het landschap lijkt te ontwaken. Het licht wordt zachter, de dagen rekken zich uit, en in de velden verschijnt hij weer: de haas.
Slank, alert, altijd een beetje op afstand. Hij laat zich zelden volledig zien, alsof hij liever een suggestie blijft dan een aanwezigheid. En misschien is dat precies zijn boodschap.
De haas hoort bij deze tijd van het jaar. Niet alleen omdat hij zo vaak opduikt in het vroege voorjaar, maar ook omdat hij symbool staat voor iets wat we in deze maanden zelf ervaren: beweging. Verandering. Een plotselinge levendigheid na de stilte van de winter.
Maar deze verschijning is niet meer zo vanzelfsprekend als ze ooit was. De bruine haas, le lièvre brun, ooit een vertrouwd en kenmerkend dier van het Zwitserse landbouwlandschap, is de afgelopen jaren sterk in aantal afgenomen. Zijn aanwezigheid – hoe vluchtig ook – is daarmee ook iets kostbaars geworden.
Wie hem ziet, ziet snelheid – maar ook aarzeling. Een dier dat kan stilstaan, luisteren, en dan in één vloeiende beweging verdwijnen. Alsof hij ons iets wil laten zien over timing. Over weten wanneer je wacht, en wanneer je springt.
In oude verhalen wordt de haas vaak verbonden met vruchtbaarheid en nieuw leven. Met de onzichtbare krachten die onder de oppervlakte al lang aan het werk zijn voordat wij ze opmerken. Dat wat nog niet zichtbaar is, maar al wel bestaat. Misschien maakt juist die kwetsbaarheid zijn boodschap nog urgenter. Dat wat leeft, vraagt aandacht. Ruimte. Zorg. Niet alles wat vanzelfsprekend leek, blijft dat ook. Misschien herkennen we daar iets in. Ideeën die langzaam groeien. Energie die terugkomt. Plannen die nog voorzichtig zijn, maar al beginnen te bewegen.
De haas herinnert ons eraan dat niet alles meteen duidelijk hoeft te zijn. Dat groei soms stil begint. En dat het leven, hoe kwetsbaar ook, altijd weer een weg naar voren zoekt — zolang we het de ruimte geven. Dus als je hem ziet – even, aan de rand van een veld of in een flits langs de weg – kijk dan nog een seconde langer. Niet om hem vast te houden, maar om te begrijpen wat hij komt brengen.
Een teken van leven. Van ritme. Van het juiste moment. En misschien ook een zachte uitnodiging aan ons, als gemeenschap, om zorg te blijven dragen voor wat groeit — dichtbij en verder weg — zodat het niet stilletjes verdwijnt.
Tulpenkoorts: toen een bloem goud waard was
Stel je voor: het is 1637. Je zit in een herberg in Amsterdam. Aan de tafel naast je wordt druk gefluisterd. Geen politiek, geen handel in specerijen — maar… tulpen. Eén zeldzame tulpenbol gaat van hand tot hand voor een bedrag waar je normaal een grachtenhuis voor koopt. Welkom in de tijd van de tulpenmanie.
In de 17e eeuw waren tulpen in de Nederland hét symbool van rijkdom en verfijning. Vooral de zeldzame, gevlamde soorten — met hun bijna geschilderde patronen — waren geliefd. Mensen speculeerden volop: bollen werden gekocht en verkocht, vaak nog voordat ze überhaupt uit de grond waren gehaald. En ja, sommige prijzen liepen absurd hoog op. Maar het verhaal dat iedereen zijn huis verkocht voor een tulp? Dat is waarschijnlijk wat aangedikt. De handel speelde zich vooral af onder een kleinere groep liefhebbers en handelaren. Toch was de sfeer er één van opwinding: snelle winst leek voor het grijpen.
Tot het plotseling stopte, op een winterdag in 1637 toen kopers wegbleven. De prijzen stortten in. Contracten werden niet meer nagekomen. Wat gisteren nog een fortuin waard was, bleek vandaag… gewoon een bol. Geen grote economische ramp voor het land, maar wel een flinke kater voor wie had meegedaan.
Waarom blijft dit verhaal ons zo fascineren? Misschien omdat het niet echt over tulpen gaat. Het gaat over iets wat we nog steeds herkennen: de verleiding van snelle winst, het geloof dat “dit keer anders is”, en hoe makkelijk we elkaar daarin meenemen. En toch — elke lente bloeien ze weer. Rustig, zonder haast, zonder prijskaartje. Misschien is dat wel de mooiste les van de tulp: dat echte waarde niet groeit uit speculatie, maar uit geduld.
Om af te sluiten
Er zat een knopje aan een tak dat dacht: ik blijf nog even.
Het is nog fris, het waait wat hard, ik wacht nog wel met leven.
Maar toen kwam plots een zonnestraal die zei: kom, doe niet zo raar —
de wereld staat al op z’n kop, kom jij nu ook dan maar!
Toen sprong het knopje open — plop! en zei: vooruit dan maar…
Als iedereen naar buiten gaat, dan ga ik ook dit jaar.
